Een gebied met een bijzonder ontstaan
Een hele eigen historie
Het verhaal van natuur en de stad komt hier samen
Luister naar de Vinkeveense Plassen
Geschiedenis Vinkeveense Plassen

Wist je dat hier 200 jaar geleden helemaal geen plassen waren? Toen was het hier één groot drassig land. Al heel lang staken mensen turf om te gebruiken als brandstof. Begin 20ste eeuw gebeurde dit turfsteken op steeds grotere schaal en werden de gedroogde turfjes op platte schepen naar Amsterdam vervoerd om daar te verkopen. Er ontstonden sloten en langgerekte eilanden. Die noemen we legakkers. Nog steeds zie je deze legakkers terug op de Plassen. In de jaren ’60 van de vorige eeuw zijn de Vinkeveense Plassen zoals we ze nu kennen pas ontstaan. Toen zijn er tonnen met grond afgegraven, duizenden en duizenden kilo’s zand opgezogen en daarop is de Bijlmer gebouwd. De twaalf zandeilanden waar je nu lekker op kan zonnen, zijn ook in de periode aangelegd. Bijzonder verhaal, toch?

map

Inspiratie

Boink, knal, pffft, tjoeketjoeke… De Turfsteekmachine wordt aangestoken! Waan je even terug in de tijd van het turfsteken. Bij Museum de Ronde Venen zie je alle oude gereedschappen en lees je verhalen van turfstekers. Serieus interessant!

De Vinkeveense Plassen en haar omgeving is een bijzonder gebied om doorheen te varen. De ingeklonken polders bieden mooie doorkijkjes. Gezellige dorpjes, de lange legakkers. Heel divers! Wil je een hele dag onderweg zijn, of ook nog even lekker wat zwemmen, lekker lang lunchen. We hebben verschillende routes, voor ieder wat wils!

Eilandhutten…. Jeej! Zo lekker! Een klein hutje op een stukje van een lange legakker. Aan de ene kant de wedstrijdplas, aan de andere kant de ondergaande zon. ’s Ochtends een frisse duik, ’s avonds lekker BBQ’en. Dit is het goede leven..

meer info over eilandhutten >

Onze stille kracht Merlijn houdt erg van dit gebied met haar natuur en geschiedenis. Zij heeft deze fijne teksten over de geschiedenis geschreven. Super leuk (en interessant!) om te lezen!

Geschiedenis van het turfsteken

Wat eens land was is nu water en eilandjes. De Vinkeveense Plassen zijn ontstaan door de mens. Zij hebben het veen afgegraven tot onder de waterspiegel en te drogen gelegd op langgerekte stukken land die niet werden ontgraven. Zo zijn niet alleen de Vinkeveense Plassen ontstaan, maar ook de Loosdrechtse Plassen, Nieuwkoopse Plassen en de Reeuwijkse Plassen.

Wil je precies weten hoe het ging?

klik hier om meer te lezen
Turfwinning

Turf is een brandstof gemaakt uit gedroogde oude plantenresten uit de bodem. Een stukje turf was meestal 22 x 6 x 6 cm.

Van maart tot juni werd het veen gebaggerd en op langgerekte eilanden te drogen gelegd tussen schotten. De legakker diende minimaal anderhalve Rijnlandse roede breed te blijven.  (1 roede = 3,76m) De bagger werd tot z’n 35 cm hoog aangebracht, wat uiteindelijk de maat van 22 cm opleverde als het ingedroogd was. Het veen werd hierna drie keer getrapt om het water eruit te krijgen en een gelijkmatig geheel te krijgen. De eerste dag in de lengte, de tweede dag in de breedte en de derde dag noemden ze het ‘aftrappen’. Hierna werd er met touw lijnen gespannen en werd het turf gestoken met een steekijzer. Dan ging je met de turfklauw voren trekken. Dit alles deed je zowel in de lengte als breedte richting. Zo ontstond de vakverdeling van de turf.

Na ongeveer 1 á 2 weken werden de turven opgebroken met de ‘opbreekwant’. Dan had je allemaal kleine turfjes! Per drie werden ze opgepakt en weggezet op de anderen. De bovenste konden dan drogen. Hierna werd alles omgedraaid: de doorzetregel. Wat een werk he?!

Nadat alles goed gedraaid was, werd een turfhoop (steupel) gemaakt. De turven werden zodanig opgestapeld dat de wind er goed door heen kon. De droge turven in het midden en aan de buitenkant de nog nattere zodat die ook konden drogen. De steupel werd met riet afgedekt en daarop weer plaggen tegen het verwaaien van het riet gelegd. Zo ging het de winter in. Je moet je bedenken dat het zwaar werk was, werken op de legakkers, want alles was drassig en nat.

In september lagen alle turven goed opgeborgen en was het tijd voor feest.

De kermis kwam in Vinkeveen. Jeej!

Vanaf september/oktober was de turf goed droog en werd het afgevoerd in manden met een lange platte boot naar Amsterdam. De boten werden veelal getrokken door paarden. Er gingen in 1 mand 50 turven. 20 manden waren 1000 turven. Per 1000 turven werd er een streepje gezet. Het zogenaamde turven. Het turfsteken was een arbeidsintentieve job, want de turf ging wel zo’n 6 keer door de hand alvorens het verkocht werd.

Veensteekmachine

Om het werk wat minder arbeidsintensief en ook efficiënter te kunnen uitvoeren, werden er coöperaties opgericht die een veenmachine aanschaften. Deze konden wel 400 roe per dag baggeren (1 roe is 14m2, 1 hectare is 700 roe). Het sneed in één keer drie kubieke meter veen af tot een diepte van 6 meter. In totaal zijn er vijf in bedrijf genomen. De laatste ‘ De Hoop op Zegen’ is tot 1975 in gebruik gebleven. Toen mocht turfwinning niet meer. De machine is nu te bewonderen in het museum De Ronde Venen.

Geschiedenis van de polders rond de Vinkeveense Plassen

Het gehele veenweide gebied van het Groene Hart is door mensen gemaakt. Tót de 10e eeuw was het een groot ontoegankelijk drassig moerasgebied.

klik hier om meer te lezen

Het gehele veenweide gebied van het Groene Hart is door mensen gemaakt. Tót de 10e eeuw was het een groot ontoegankelijk drassig moerasgebied. Daarna zijn de mensen begonnen met het ontginnen van het gebied. Dit betekende: bomen eraf en sloten gegraven. De sloten werden het achterland in gegraven vanaf de kleine riviertjes zoals De Waver. Op de grond die droog kwam te liggen, werd graan verbouwd. Dit ging goed, tot ongeveer 1400. Toen was de grond zover was ingeklonken (en dus gedaald onder NAP) dat het te nat werd en alleen veeteelt nog mogelijk was. Turf werd ontdekt als brandstof en hele gebieden werden hierom ontgraven. Ook de polders rondom Mijdrecht. Grote stukken land stonden toen onder water. Kijk maar op de kaart uit 1749

Molens werden uitgevonden en men begon het gebied droog te malen. Dit wordt tot op de dag van vandaag nog gedaan met dieselgemalen. De polders rondom Mijdrecht liggen wel tot 6 meter onder NAP. De polders de Ronde Hoep, Nellesteyn en Waerdasacker, zijn niet ontgraven voor turf, maar hebben nog grotendeels hun oorspronkelijke middeleeuws verkavelingspatroon. Wel zijn ze ingeklonken (door het droogmalen) en liggen tot 2 meter onder NAP. Die verschillen in verkaveling zijn mooi te zien op de kaarten!

Waarom de Vinkeveense Plassen niet zijn drooggemalen

De Vinkeveense Plassen zijn niet drooggelegd (ingepolderd), gelukkig maar! Dit komt deels doordat de ondergrond zand is en geen (vruchtbare) klei en ook doordat waterrecreatie steeds populairder werd. En ook omdat in de omliggende polders zichtbaar werd dat er op veel plekken kwelwater naar boven kwam. Dat betekent dat de grond verzadigd is van water en dat droogmalen dus een flinke klus is.. In de jaren ’40 – ’50 van de vorige eeuw sloegen de legakkers beetje bij beetje stuk door weer en wind. Langzaamaan ontstond er meer open water. De Vinkeveense Plassen bestaan in hun huidige vorm pas sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw. In 1960 kregen de Plassen de bestemming recreatie. De Noordplas is uitgebaggerd tot wel 50 meter diep voor zandwinning. Het zand is gebruikt voor de bouw van de A2 en de Bijlmer. Als compensatie voor de zandwinning zijn de 12 openbare Zandeilanden aangelegd

Geschiedenis van de Waterlinies

Winkeloord ligt aan het riviertje de Winkel. Onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Eén van de 4 grote Waterliniewerken in ons land. Vlakbij vind je dan ook diverse ophogingen in het landschap, al dan niet met verdedigingswerken: Fort aan de Winkel is praktisch de overbuurman van Winkeloord. Maar Fort Abcoude, Fort Nieuwersluis, Fort Botshol en Fort Uithoorn liggen ook in de omgeving.

Van de geschiedenis van de diverse Waterlinies in ons land zijn boeken vol geschreven. In het kort komt het hier op neer: De Waterlinies zijn gebouwd met het idee dat land onderwater kon worden gezet zodat de vijand (Spanjaarden, Fransen of Duitsers) Holland en met name Amsterdam niet konden veroveren. Wanneer de Waterlinie werd ingezet, stond het water zo’n 30 cm hoog, te diep voor kanonnen en te ondiep voor bootjes. De dijken stonden te hoog om onder water te zetten, daarom werden her en der forten gebouwd om deze delen te verdedigen.

Ook vandaag zie je nog veel terug van dit verdedigingsplan in ons landschap. Rij je over de Winkeldijk naar Winkeloord dan kom je al een fort tegen. Als je er vanaf weet, kom zie je de Waterlinie overal om je heen! 😉

Wil je precies weten hoe het ging?

klik hier om meer te lezen
Verdedigingswerken

In Nederland zijn vier grote bekende waterlinies: Grebbelinie, Oud Hollandse Waterlinie, Nieuw Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. De Vinkeveense Plassen en zijn omgeving vallen in twee van de waterlinies: de Oud Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam.

De Hollandse Waterlinie is vanaf 1629 aangelegd en bestond uit versterkte steden zoals Muiden en Weesp met ertussen inundatiegebieden. Deze inundatiegebieden konden, ten behoeve van verdediging, onder enkele decimeters water worden gezet. Op twee plekken werd water ingelaten, vanaf de Lek en vanaf Muiden.  Er werd dan zo’n 30 tot 50 cm water op de weilanden gelaten. Diep genoeg om met zwaar materiaal zoals kanonnen vast te lopen, zeker met de verraderlijke greppels die niet te zien waren. En te ondiep om met platbodems het onderwater gelopen gebied over te steken. Op de hoger gelegen delen werden forten en schansen gebouwd om vanaf daar te kunnen verdedigen. De inspanningen waren niet tevergeefs: de Spaanse troepen bliezen de aanval op Amsterdam af. In 1672 brak er opnieuw oorlog uit: De Fransen bezetten Zuid en Midden Nederland. Utrecht en Naarden werden ingenomen en Abcoude werd voor een groot deel afgebrand. De legers konden echter niet door de waterlinie heen komen en Lodelijk de XIV gaf in 1679 bevel het land te verlaten. Jeej!

Tussen 1805 en 1810 werden er nieuwe verdedigingswerken gebouwd, aardewerken wallen of batterijen waarvandaan vijandelijke troepen onder vuur konden worden genomen. De zogenaamde posten van Krayenhoff. Vele zijn intussen in het landschap verdwenen. Bij Diemen zijn nog van deze batterijen te zien en ook dichterbij, de batterijen aan weerskanten van het Gein, in de Broekzijdsche Polder en de Polder Baambrugge-Oostzijde. Op het oude fort in het Gein heeft Marjo als klein kind nog veel gespeeld 😉

In 1815 besloot Koning Willem I een nieuwe linie aan te leggen: De Nieuwe Hollandse waterlinie. Verschil was voornamelijk dat nu ook Utrecht binnen de verdedigingswerken kwam te liggen. En in de bestaande forten werden bomvrije ruimten ingericht. Ook verrezen er torenforten, zoals in Weesp en fort Uitermeer.

Eind 19e eeuw begon een nieuwe golf van verbeteringen aangezien men verwachtten dat Duitsland zou aanvallen. Rondom Amsterdam werd een kring van forten en inundatiegebieden aangelegd die samen de Stelling van Amsterdam worden genoemd. De hele Stelling heeft een lengte van 135 km en bestaat uit 49 forten. Muiden en Weesp worden ook in dit plan opgenomen en zijn daarbij de enige steden die tot alle drie de waterlinies hebben behoord. Fort Abcoude was het eerste fort dat voor de Stelling werd gebouwd, maar al snel voldeed het niet aan de eisen in verband met de uitvinding van de brisantgranaat die een veel grotere explosie kracht had dan de gangbare met buskruit gevulde granaten. Hierna werden de forten dan ook niet meer gebouwd van baksteen met een dikke laag aarde, maar opgetrokken uit 2 meter dik ongewapend beton. In een straal van 1000 meter moest er snel ontruimd kunnen worden om vrij schootsveld te kunnen krijgen. Dit betekende geen bossen en bouw onder strikte voorwaarden: o.a. huizen en loodsen van hout. Deze zijn nog steeds in de buurt van forten te vinden.

Ook werden er nieuwe sluizen aangelegd en bestaande sluizen aangepast met zogeheten tolkleppen. Onder andere bij de Proostdijersluis en de Demmerikse sluis. Ook de Oranjesluizen en de zeesluis bij Muiden zijn voorzien van toldeuren.

De belangrijkste middelen om het land onder water te laten lopen waren de sluizen. Water werd via de sluizen vanuit rivieren en boezems de polders ingelaten. Als dat niet snel genoeg ging, werden de dijken lek gestoken. Ook werden er damsluizen gebouwd om het water in de rivieren snel te laten stijgen. O.a. bij de Angstel, de Kromme Mijdrecht en de Waver (bij de voetangelbrug) zijn deze nog altijd aanwezig. Ook werden balgstuwen aangelegd. Opblaasbare waterkeringen. O.a. te vinden in het Gein bij Driemond.

Na de Tweede Wereldoorlog bleef er oorlogsdreiging en werden de sluizen, stuwen, gemalen en dijken goed onderhouden. Ook om overstromingen tegen te gaan. Intussen was veel overgegaan op elektriciteit. Overal werden noodvoorzieningen aangelegd om bij stroomstoring onbedoeld geen natte voeten te krijgen. Er kwamen verplaatsbare noodpompen en werden oude poldermolens weer bedrijfsklaar gemaakt, zoals de Broekzijdsemolen aan het Gein. Na de Koude oorlog kwam er een einde aan de maatregelen van noodbemaling. De keringen worden echter nog steeds goed in stand gehouden en komen nog steeds soms van pas. Bij de dijkdoorbraak van Wilnis in 2003 werden enkele keringen gesloten om overstroming van nog meer polders te voorkomen.

Unesco werelderfgoed

De Stelling van Amsterdam is nooit als weermiddel gebruikt. De forten waren militair al snel achterhaald en er is nooit één schot gelost. Na de Tweede Wereldoorlog raakten de verdedigingswerken in verval. Verwaarloosd en overwoekerd lagen ze te wachten op de slopershamer.

Maar de Stelling van Amsterdam is uniek in de wereld en werd daarom in 1996 door Unesco uitgeroepen tot Werelderfgoed-monument. Sindsdien krijgen de forten en verdedigingswerken weer aandacht en worden ze opgeknapt door diverse instanties, bedrijven en particulieren. Door het verval zijn er op vele plaatsen unieke natuurgebieden ontstaan met een eigen flora en fauna. Natuurmonumenten heeft dan ook vele van deze verdedigingswerken in bezit.

(Bron: Amstelland, land van water en veen, 2005; een heel leuk boek als je meer over de geschiedenis van vroeger tot nu wilt weten over het ontstaan, de natuur, de landbouw en de cultuur van het Amstelland en de Vinkeveense Plassen wilt weten)

Verbondenheid Amsterdam toen en nu

Al eeuwen lang is het gebied van de Vinkeveense Plassen verbonden met Amsterdam

Goederen van hier gingen de stad in: eerst graan en hennep voor de touwslagerijen. Later melk, dat werd gebracht naar de melkcoöperaties in de stad, zoals de Eendracht, wat nu muziektempel De Melkweg is. En natuurlijk ging turf als brandstof naar Amsterdam.

En stadsmensen kwamen hier om te recreëren, dat is van oudsher al zo: ze hadden hier jacht- en visgronden, buitenhuizen en tegenwoordig komen ze voor de watersport.

Daarnaast is het natuurlijk onderdeel geweest van de verdedigingswerken van Amsterdam en is het waterschap opgericht om het water in goede banen te leiden zodat Amsterdam droog blijft.

En Amsterdam heeft het zand uit de plas gebruikt voor de aanleg van de Bijlmer en zijn de recreatie-eilanden aangelegd voor recreatie van o.a. de Amsterdammers. Mooi toch? Hoe door al die eeuwen heen de grote stad met deze plek verbonden is?